|
inhoud
[ Antwoorden ]
| |
Werkmateriaal over de gelaagdheid van de koloniale
samenleving in de 19e eeuw.
Vaardigheid 14: zelf gegevens interpreteren (vragen 1-2-3) (6b een historische
situatie proberen te reconstrueren)
Vaardigheid 4: (vraag 4 en 5) (1d: waarde van een bron vaststellen)
Uit: Richard Cress, Petjoh, woorden en wetenswaardigheden uit het Indische verleden.
(Prometheus, Amsterdam1998)
A. Teeuw, Indonesisch-Nederlands Woordenboek
R. Appel, Nedermix, het nederlands in contact met andere talen. In: Onze Taal 69e
jrg 2/3 febr/mrt 2000 |
 |
Rangen en
standen in de taaleigen van de Indo's.
Het Petjoh is waarschijnlijk in de tweede helft van de 19e eeuw op Java
ontstaan in gemengde gezinnen, met een Nederlandse vader en een Indische moeder. Kinderen
groeiden op met het Maleis als straattaal en verwierven een Nederlandse woordenschat via
het onderwijs en de vader.
werkvragen bij deze woordenlijst
Anak kompenie
Kind van een (lagere) KNIL-militair
Baboe
Aanvankelijk 'vrouw die als een moeder is' of kinderverzorgster, later dienstmeid. In het
huidige Indonesië is het woord baboe in onbruik geraakt door de vernederende
bijbetekenis.
Belanda
Hollander of blanke (nationaliteitsaanduiding) In de ogen van de inlanders waren de Indo's
ook Belanda (bleek na 1945).
Belanda Hitam
Zwarte Hollander. Surinamers in de 19e
eeuw door het KNIL getraind en ingezet als soldaat in Indië. Belanda Hitam betekende ook
Met de Hollanders samenwerkend/collaborerend en gold bij voorbeeld de
Ambonnezen in het KNIL.
Blandeu! Blandanees!.
Spotnaam voor Indo die al te Hollands wil lijken.
Blauwe! Scheldnaam voor
Indo, gebruikt door totoks (=raszuiveren)
Bloedvinger Schimpnaam
Atjeh-strijder
Kleine Boeng
(= klein broertje) Indo, die zich (als klerk of
soldaat) aan de onderkant van de samenleving bevindt.
Sekola djongkok Spotnaam
voor inlandse dessa-school (letterlijk: hurkzit-schooltje)
Djongos! Jongen of bediende.
Werd geroepen in restaurants of drankgelegenheden.
Handschoentje Een
Nederlandse vrouw, die in Nederland trouwde met een in Indië verkerende man. Tijdens de
trouwplechtigheid vertegenwoordigde een handschoen de man. Pas daarna kon de vrouw op
reis, want ongetrouwd reizen was ondenkbaar voor een vrouw.
Hidoeng pesek Platneus
(denigrerend). De platte neus en donkere huid waren de (ongewenste) tekenen van
inlanderschap. Hoe blanker en hoe scherper de neus, hoe mooier.
Indo Iemand van gemengd
(meestal Javaans-Nederlands) bloed. Door de Indo's als eigennaam gebruikt, door de blanken
soms om afstand te nemen.
Indo kesesar Verdwaalde
Indo. (voelt zich meer thuis in het blanke milieu)
Indo tempeh
Arme Indo. woonachtig in de kampong
(tempeh is een gefermenteerde sojakoek)
Kampong
Dorp, inheemse stadswijk. Een opvoedkundige vermaning
was: 'Als je zo door gaat kom je in de kampong terecht.'
Katjang Jongetje.
Oorspronkelijk een neutraal woord, maar in de taaleigen van Nederlanders en Indo's ging
het schoffie betekenen, een kind dat wel een inlands kind leek in zijn gedrag.
Kompenie KNIL, vroeger
VOC
Liplap In de
VOC-tijd: een in Indië geboren dochter van een Hollandse vader en moeder. Later is het
een denigrerende aanduiding voor halfbloed-meisjes.
Londo of Landa
Hollander (belanda = wit of blank)
Londo bangsat Hollandse
hufter
Londo godong Nep-Hollander.
Indo die erg Hollands doet
Mardijkers Afgeleid van
Orang Merdeka = vrije mensen Nakomelingen van Maleiers en Portugezen, aanvankelijk
krijgsgevangen, later vrijgelaten in Batavia.
Njai Oorspronkelijk
'vrouwe', een aanzienlijke vrouw. Later buitenvrouw, bijvrouw of huishoudster van de
blanke vrijgezel. Wanneer hij trouwde verdwenen njai en kind(eren) vaak in de kampong. Wie
met zijn naji trouwde verspeelde alle kans op promotie of carrière.
Sinho Oorspronkelijk
koosnaam (gebruikt door de baboe) voor jongetjes van Europese afkomst. Later krijgt het
een negatieve klank., 'Indo-ventje'.
Toean besar Grote
meneer of heer des huizes, maar het kon ook Gouverneur-Generaal betekenen.
Toekang sodot trem Putjeschepper
of de laagste trap van de maatschappelijke ladder. Letterlijk: de man die de mest uit de
rails van de paardentram krabt. Kinderen die niet hun best deden op school werden er mee
bedreigd.
Totok Volbloed, raszuivere
Europeaan. (van het Chinese woord voor handelsreiziger). Het was ook de benaming van een
pas aangekomen Hollander Groentje of Nieuweling.
Totok kesesar Verdwaalde
Hollander. Hollander die verindischt of heimwee heeft.
Vreemde Oosterlingen
Arabieren en Chinezen ter onderscheiding van inlandse bevolkingsgroepen
Westklep Surinamer in dienst
van het KNIL. De uitdrukking was niet discriminerend bedoeld.
Vraag 1: Orden de groepsaanduidingen zo dat een
beeld ontstaat van de gelaagdheid van de koloniale maatschappij.
Vraag 2: Geef een mogelijke verklaring voor negatieve of discriminerende
groepsaanduidingen.
Vraag 3: Geef een mogelijke verklaring voor neutrale groepsaanduidingen.
Vraag 4: Beargumenteer of een lijstje met (vaak discriminerende)
groepssaanduidingen een goede bron is om de gelaagdheid van een maatschappij mee te
reconstrueren?
Vraag 5: Welke bronnen kunnen (grotere) zekerheid verschaffen over de
gelaagdheid van de koloniale maatschappij?
Antwoorden
op de vragen 1-2-3-4-5
terug
naar begin
Voorbeelden van
woorden afkomstig uit het Portugees, Frans, Engels, Chinees en terechtgekomen in het
Nederlands-Indische idioom
Bola bal (Portugees:
bola)
Botol fles (Portugees:
botelha)
Didong Fransman (komt van
Dis-donc!)
Dokar tweewielig rijtuigje
(komt van dog-cart)
Kabaja overhemd (Portugees:
cabaia, een zijde-achtige stof)
Kamp woonwijk (Portugees:
campo)
Kedjoe kaas (Portugees:
queijo)
Kongsi handelsverbond
(Chinees: kong-si)
Lego laat maar (komt van;
let go)
Lelang veiling (Portugees:
leilao)
Limo citroen Portugees:
limao
Mentega boter (Portugees:
menteiga)
Saboen zeep (Portugees:
sabao)
Tempo tijd (Portugees:
tiempo)
Totok raszuivere blanke
(Chinees: handelsreiziger)
terug
naar begin
Woorden afkomstig uit het Maleis en
Javaans en terechtgekomen in de Nederlands-Indische taaleigen (idioom)
Amok blinde woede
Baai-baai heel erg, zeer veel. (afgeleid van het Maleise 'banyak') Ook in het Het
Zuid-Afrikaanse betekent 'baaie' heel veel.
Baboe vrouw, die voor de kinderen zorgt, ook: dienstmeid (afgeleid van m'bah iboe = v rouw
die moeder is) Bami dunne slierten Chinese spagetti
Bandjir overstroming
Batikken inlandse manier om kleurpatronen op stoffen aan te brengen door afdekking met was
Bersiap wees paraat of waakzaam. (Eerste periode van de Indonesische Revolutie)
Branie dapper, moedig (berani in het maleis)
Dessa inlands dorp (desa)
Kali rivier
Kampong dorp, inheemse stadswijk.'
Karbouw waterbuffel
Kassian medelijden
Ketjap sojasaus
Klamboe muskietengaas
Klapper(melk) klapa = kokospalm of kokosnoot
Kongsi verbond of handelmaatschappij (uit het Chinees)
Nasi gekookte rijst
Negorij obscure plek (negeri = (buiten)gebied).
Orang Oetan orang = mens Oetan (hutan)= bos
Piekeren (Pikir = denken)
Pisang banaan
Slendang draagdoek voor babies
Soesah moeilijkheden, verdriet
Tempo doeloe vroeger. Voor Nederlanders en Indos: de goede oude tijd
Toko winkel (bijna altijd een Chinese winkel, een warong is een kampong-winkel)
terug naar begin
Voorbeelden van Nederlandse woorden terechtgekomen
in de Indonesische taal
arsip archief
bir bintang heineken-bier (bintang = ster) (in de koloniale tijd)
bolles jenever (Bols) (in de koloniale tijd)
dop hoed (in de koloniale tijd)
kakoes WC (in de koloniale tijd was het een net woord, maar wel afgeleid van kakhuis)
advis advies
agen agent, vertegenwoordiger
agenda agenda
dorong duwen, (als bordje op deuren, dringen of drang dus eigenlijk)
ekspor export
elastik elastiek
impor import
kamar kamer
kiper doelverdediger,
kantor kantoon
kontrol controle, toezicht
koemis snor, maar ook politieman (!) (in de koloniale tijd)
mesin machine, motor
mebel meubel
otobis autobus, (oto en bis zijn apart ook goede Indonesische woorden)
Perancis Frans(man)
pospaket postpakket
poswesel postwissel
spanduk spandoek
tarik trekken, vaak als bordje op deuren
telepon telefoon
universitas universiteit
Maatschappelijke sectoren waarin veel woorden door de
Indosiërs worden overgenomen van het Nederlands:
leger, zeevaart, bestuur en beheer.
Sector waarin veel woorden door de Nederlanders worden overgenomen uit het Indonesisch:
voedsel en voedselbereiding.
terug
naar begin
|